De verschillende bouwwerken

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De Woningwet gebruikt als instrumenten om het doel voor bestaande bouwwerken en situaties te bereiken: het Bouwbesluit 2003; de bouwverordening; de welstandseisen; de woonvergunning; de zorgplicht; de aanschrijving; de handhaving.
In de hoofdstukken 6 en 7 komen de regels kantoor huren zaandam voor nieuwbouw respectievelijk voorziening in woonbehoefte aan de orde.
Art. 2 Wonw biedt de basis voor het vaststellen van een AMvB: het Bouwbesluit 2003. Het Bouwbesluit 2003 geeft (in art. 2 lid 1, 3 en 5 Wonw) voorschriften omtrent het bouwen van – woningen, woonketen, woonwagens en andere gebouwen, – bouwwerken, geen gebouw zijnde en – standplaatsen (in art. 2 lid 2, 4 en 6 Wonw) voorschriften omtrent de staat van bestaande – woningen, woonketen kantoor huren ede en woonwagens en andere gebouwen en – bouwwerken, geen gebouw zijnde – standplaatsen.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten maakt voor haar leden modelverordeningen, waaronder de modelbouwverordening. Deze modelbouwverordening bevat een definitie van het begrip bouwwerk:
Een bouwwerk is elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke op de plaats kantoor huren almelo van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Gezien de definitie is bijvoorbeeld een drijvende woonboot geen bouwwerk.
200 5 Woningwet: bestaande bouw
Art. 1 lid 1 onder c Wonw omschrijft het begrip ‘gebouw': Il Een gebouw is elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Een deel van de kantoor huren delft bouwwerken bestaat dus uit gebouwen. Een deel van die gebouwen bestaat uit woningen. Voorbeelden van bouwwerken die geen gebouwen zijn: overkappingen, masten, ovens, schoorstenen.
Figuur 5.1 geeft het onderscheid in de verschillende bouwwerken grafisch weer.

Passieve risicoaanvaarding

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Als een verzoeker schade had kunnen voorzien, heeft hij zelf het risico aanvaard en zal in het algemeen geen vergoeding worden toegekend. Risicoaanvaarding kan actief of passief zijn.
Uitgangspunt is dat iemand die zich in een situatie begeeft welke mogelijk onderhevig is aan invloeden ten gevolge van kantoor huren zaandam handelen van de overheid, zorgvuldig dient te onderzoeken welke maatregelen gelden, al zijn aangekondigd of te verwachten zijn. Zonder onderzoek en zonder rekening te houden met de ontwikkelingen, kan er sprake zijn van actieve risicoaanvaarding.
• Voorbeeld In een ontwerp-bestemmingsplan staat een beperking van een bouwmogelijkheid voor een locatie ten opzichte van een geldend bestemmingsplan. Het ontwerp-bestemmingsplan is op de voorgeschreven wijze gepubliceerd. Een koper na de publicatie lijdt schade doordat het kantoor huren ede bestemmingsplan onherroepelijk wordt en hij niet mag bouwen. De koper had op de bouwbeperking kunnen rekenen en het risico actief aanvaard.
Van passieve risicoaanvaarding is sprake wanneer de benadeelde tekort is geschoten in de zorg voor de eigen belangen. Hieronder vallen allerlei vormen van ‘riskant stilzitten’, zoals het langer dan twee jaren kantoor huren almelo door een belanghebbende of een rechtsvoorganger niet gebruikmaken van een bouwrecht in een bestemmingsplan.
Schade die redelijkerwijze voorkomen of beperkt had kunnen worden door een maatregel van de verzoeker komt niet voor vergoeding in aanmerking.
• Voorbeeld Door een bestemmingsplan krijgt een bedrijf minder bouwmogelijkheden en ontvangt daarvoor een kantoor huren delft planschadevergoeding van de gemeente. Het bedrijf past de interne bedrijfsvoering niet op de nieuwe situatie aan hoewel dat eenvoudig is. Deze schade wordt niet vergoed omdat er mogelijkheden waren de schade te voorkomen of beperken.

Provinciale of nationale belangen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Er is niet geregeld wat precies provinciale of nationale belangen zijn. De wetgever gaat ervan uit dat dit zich in de praktijk regelt. Het zal duidelijk zijn dat het in ieder geval gaat om bovengemeentelijke kantoor huren zaandam belangen zoals regionale bedrijfsterreinen, grote woningbouwlocaties, infrastructuur, natuur- en landschappen, of regionale milieuvoorzieningen zoals stortplaatsen, vuilverbrandingsovens en rioolwaterzuiveringsinstallaties. Of een onderwerp van zorg door de provincie of het Rijk wordt opgepakt en of de Wro-bevoegdheden zullen worden ingezet, is volgens de regering in eerste en laatste instantie een besluit dat door het desbetreffende democratisch gekozen overheidsorgaan wordt kantoor huren ede vastgesteld, of waarop dat orgaan een democratische controle uitoefent.
Toch kan worden verwacht dat indien Provinciale Staten zonder bijzondere motivering een provinciaal inpassingsplan vaststellen dat betrekking heeft op belangen die van oudsher door de gemeente worden behartigd, in laatste instantie de rechter in beroep bepaalt of voldaan wordt aan de wettelijke beperking om alleen bij provinciale belangen een provinciaal inpassingsplan vast te stellen. Verwacht mag worden dat in de provinciale of rijksstructuurvisies een beeld kantoor huren almelo wordt gegeven van hetgeen provincie en Rijk in een inpassingsplan willen regelen.
Door een inpassingsplan wordt de mogelijkheid geschapen om provinciale of rijksbelangen te behartigen en worden ontwikkelingen die ermee in strijd zijn, tegengehouden. Het verwezenlijken van een provinciaal of nationaal belang als project is daarmee nog niet gegarandeerd: andere bestuursorganen dan die van provincie of Rijk zouden kunnen weigeren de benodigde besluiten te nemen. Daartoe is de coördinatieregeling in paragraaf 3.6.2 en 3.6.3 Wro opgenomen waardoor provincie of Rijk desnoods in plaats van een kantoor huren delft ander bestuursorgaan de benodigde besluiten kunnen nemen (zie hiervoor paragraaf 4.3).
Uit art. 10.3 Wro blijkt dat de minister van VROM mede op voordracht van de minister van Verkeer en Waterstaat (die verantwoordelijk is voor de zee) ten aanzien van gronden die geen deel uitmaken van het grondgebied van een gemeente of een provincie een rijksbestemmingsplan kan vaststellen.

Bestemmings- en inpassingsplan

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Overigens zit in het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken (Bblb) voldoende ruimte om in de meeste gevallen bouwwerken zonder bouwvergunning aan de te stellen kantoor huren zaandam eisen aan te passen. Dit is de reden waarom het toestaan van uitbreiding aan burgemeester en wethouders, die daarin beleidsvrijheid hebben, wordt overgelaten. De ontheffingsregeling komt dus pas aan de orde wanneer het Bblb geen soelaas biedt voor de aanpassing aan hedendaagse eisen. Een ontheffingsverzoek moet dus worden beoordeeld naar de toestand die bestaat voordat aan het Bblb toepassing is gegeven, en bij de hoogte van het ontheffingspercentage wordt dus rekening gehouden met de mogelijkheden die het Bblb al biedt. In veel gevallen zal dus kantoor huren ede de ontheffing niet nodig zijn. In het belang van duidelijke regelgeving is in art. 3.2.1 lid 3 Bro vastgelegd dat illegale bouwwerken expliciet uitgesloten zijn van het overgangsrecht bouwwerken.
Standaardbepaling overgangsrecht inzake gebruik: In art. 3.2.2 Bro is de verplichte standaardbepaling overgangsrecht inzake gebruik opgenomen: ‘Overgangsrecht gebruik 1 Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2 Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 1 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3 Indien het gebruik, bedoeld in lid 1 na de inwerkingtreding kantoor huren almelo van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4 Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.’
Lid 1 van de standaardbepaling bevat de peildatum voor het vaststellen van het bestaande gebruik: het gebruik dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Alleen dat gebruik mag, ook al is het in strijd met dat bestemmingsplan, worden voortgezet.
In het Bro staat een voorbehoud ten aanzien van de Europese Vogel- en de Habitatrichtlijn (de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand respectievelijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de kantoor huren delft natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna). Deze richtlijnen hebben hun vertaling gekregen in de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en Faunawet. Een wijziging van gebruik, die normaliter volgens het overgangsrecht is toegestaan, kan toch niet plaatsvinden als natuurwaarden volgens de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en Faunawet geschaad worden.

Publiekrechtelijke rechtshandelingen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Bevoegde rechter Publiekrechtelijke rechtshandelingen en met name besluiten worden op hun rechtmatigheid beoordeeld door de administratieve rechter en soms door een administratief beroepsorgaan. Privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen van de overheid worden op kantoor huren zaandam hun rechtmatigheid beoordeeld door de burgerlijke rechter.
3. 7 .2 Beleldsovereenkomsten Soms maakt de overheid gebruik van het privaatrecht voor het bereiken van een publiekrechtelijk doel. Met name worden met particulieren vaak overeenkomsten gesloten met betrekking tot bebouwingsmogelijkheden, milieueisen, parkeervereisten enzovoort. Ook worden overeenkomsten gesloten met betrekking tot het uitwegen op de openbare weg, het innemen van ligplaatsen enzovoort. De vraag is of de overheid van dit privaatrechtelijke middel gebruik mag maken om publiekrechtelijke doeleinden na te streven. Uit het Windmill-arrest en het arrest Pina-Helmond kan de volgende conclusie worden getrokken: wanneer kantoor huren ede er een publiekrechtelijke regeling bestaat met waarborgen voor de burger, dient de overheid de publiekrechtelijke weg te volgen en is het volgen van de privaatrechtelijke weg afgesloten. Met andere woorden: er bestaat een duidelijke voorkeur voor de publiekrechtelijke weg voor het bereiken van publiekrechtelijke doeleinden. In het Windmill-arrest (HR 26 januari 1990, nr. 13.724) is dit als volgt gemotiveerd. Wanneer de betrokken publiekrechtelijke regeling daarin niet voorziet, is voor de twee-wegenkwestie beslissend of gebruik van de privaatrechtelijke bevoegdheden die regeling op onaanvaardbare wijze doorkruist. Daarbij moet onder meer worden gelet op inhoud en strekking van de regeling (die mede kan blijken uit haar geschiedenis) en op de wijze waarop en de mate waarin in het kader van die regeling de belangen van de kantoor huren almelo burgers zijn beschermd, een en ander tegen de achtergrond van de overige geschreven en ongeschreven regels van publiekrecht. Van belang is voorts of de overheid
128 3 Bestuursrecht algemeen
door gebruikmaking van de publiekrechtelijke regeling een vergelijkbaar resultaat kan bereiken als door gebruikmaking van de privaatrechtelijke bevoegdheid, omdat, zo zulks het geval is, dit een belangrijke aanwijzing is dat geen plaats is voor de privaatrechtelijke weg. Deze leer wordt door de Hoge Raad bevestigd in zijn arrest van 9 juli 1990, nr. 13.952, De Pina/Helmond. Soms verbiedt de wetgever zelf om privaatrechtelijke rechtshandelingen te kantoor huren delft verrichten. Zo bepaalt art. 122 van de Woningwet dat de gemeente geen rechtshandelingen naar burgerlijk recht mag verrichten ten aanzien van de onderwerpen waarin bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 2, en in hoofdstuk IV van die wet is voorzien.

Beroep voor het Bedrijfsleven

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Het instellen van administratief beroep gebeurt door het indienen van een beroepschrift bij het beroepsorgaan. Art. 7:16 Awb bepaalt dat de belanghebbende in de gelegenheid moet worden gesteld om te worden gehoord voordat het beroepsorgaan op het beroepschrift kantoor huren zaandam beslist. Volgens art. 7:19 Awb moet dit horen geschieden door:
het beroepsorgaan zelf; of een adviescommissie, waarin één of meer leden zitting hebben die geen deel uitmaken van en niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het beroepsorgaan.
Het beroepsorgaan dient binnen zestien weken na ontvangst van het beroepschrift te beslissen met de mogelijkheid tot verdaging met acht weken (art. 7:24 lid 1 Awb). Daarna is nog verder uitstel mogelijk. Het beroepsorgaan kan het bestreden besluit vernietigen en daarna zelf een nieuw besluit nemen (art. 7:25 Awb).
Een administratieve kantoor huren ede rechter is een onafhankelijk bij de wet ingesteld orgaan dat met administratieve rechtspraak is belast. Administratieve rechtspraak is rechtspraak door een administratieve rechter in geschillen die niet uit burgerlijke rechtsbetrekkingen zijn ontstaan. De huidige belangrijkste administratieve rechters zijn: 1 de bestuursrechtkamers van de rechtbanken; 2 de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; 3 de Centrale Raad van Beroep; 4 het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.
Art. 112 lid 2 Gw geeft de mogelijkheid dat administratieve rechtspraak aan de burgerlijke rechter wordt opgedragen. Het kantoor huren almelo bestuursprocesrecht in hoofdstuk 8 Awb geeft daaraan invulling. Daarnaast heeft de burgerlijke rechter in het belastingrecht een functie als administratieve rechter. Hoewel de rol van de burgerlijke rechter als administratieve rechter klein is, betekent dit niet dat deze rechter in de rechtsverhouding tussen burger en bestuurder geen grote rol zou hebben. Integendeel, in geval van feitelijke handelingen en privaatrechtelijke rechtshandelingen van de overheid is hij de aangewezen rechter om daarover te oordelen.
De wijze waarop een kantoor huren delft geding bij een administratieve rechter aanhangig wordt gemaakt, is geregeld in art. 6:4 lid 3 Awb. Dit artikel bepaalt dat het instellen van beroep op een administratieve rechter gebeurt door het indienen van een beroepschrift bij die rechter.

Het gelijkheidsbeginsel

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Een beroep op het gelijkheidsbeginsel werd in de volgende zaak gehonoreerd. De gemeente Tilburg hief in 1992 een rioolafvoerrecht van gebruikers van het riool die meer dan 250 m3 per jaar afvoerden. In de praktijk vielen daardoor alleen 819 grote lozers onder het rioolafvoerrecht en 67 728 lozers bleven buiten het bereik van het rioolafvoerrecht. Het Hof te ‘s-Hertogenbosch had de flexplek huren amsterdam Tilburgse verordening onverbindend verklaard wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel. Hiertegen tekende de gemeente Tilburg beroep in cassatie aan. In geschil was de vraag of de verordening terecht onverbindend was verklaard. De Hoge Raad oordeelde als volgt: het Hof heeft geoordeeld dat sprake is van een zodanige disproportionaliteit tussen heffing en gebruik dat, nu een rechtvaardiging daarvoor ontbreekt, sprake is van een willekeurige en onredelijke belastingheffing, die de Verordening onverbindend doet zijn. Hierin ligt besloten het oordeel dat door het in het geheel niet in de heffing betrekken van 98,8% van de gebruikers, aan wie ten flexplek huren arnhem minste de helft van het gebruik van de riolering moet worden toegerekend, zonder dat daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond is gegeven, de Verordening onverbindend is wegens strijd met het in art. 1 Gw tot uitdrukking gebrachte algemene rechtsbeginsel dat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld. De Hoge Raad verwierp het beroep van de gemeente Tilburg. (HR 20 september 1995, nr. 30567)
Evenredigheidsbeginsel In art. 3:4 lid 2 Awb staat dat de voor één of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig groot mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. De op te leggen sanctie moet evenredig zijn aan de ernst van de overtreding. Dat beginsel is duidelijk in het strafrecht: op diefstal bijvoorbeeld staat een lichtere straf dan op moord. Maar ook in het bestuursrecht gaat het beginsel op. Een zonder vergunning opgericht bouwwerk, waarvoor op een ondergeschikt onderdeel achteraf geen vergunning kan worden verleend, behoeft niet geheel te worden afgebroken; die sanctie zou te zwaar zijn. Een minder vergaand bestuurlijk flexplek huren eindhoven optreden is dan gewenst.
Formeel zorgvuldigheidsbeginsel De voorbereiding van een besluit moet zorgvuldig verlopen. Het bestuursorgaan moet de informatie verzamelen die nodig is voor een afgewogen besluit. Dat betekent dat het bestuursorgaan soms gegevens moet verifiëren. Belanghebbenden moeten bij de voorbereiding van een besluit in de gelegenheid worden gesteld hun standpunt naar voren te brengen en te motiveren. Het bestuursorgaan moet uitgaan van fa ir play. Het formele zorgvuldigheidsbeginsel houdt onder andere in dat het bestuursorgaan aan een belanghebbende een redelijke reactietermijn moet gunnen, als het besluit is gebaseerd op gegevens die tot een voor belanghebbende nadelig resultaat leiden. Er zijn veel voorbeelden flexplek huren den haag te bedenken van onzorgvuldige voorbereiding: stukken achterhouden, te laat uitnodigen voor een hoorzitting, fout adresseren en foute informatie geven. Als bij het besluit sprake is van een afweging van belangen, moeten alle relevante belangen worden onderzocht en afgewogen. Voor de belanghebbende mogen voor dit besluit belangrijke zaken niet buiten beschouwing blijven.

Verdrag van Rome

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Naast geschillen waarbij direct een burger is betrokken, die deze ter beslissing aan een nationale rechter kan voorleggen, kunnen zich ook geschillen voordoen tussen de EU en een lidstaat. Meestal betreft dit geschillen naar aanleiding van de nalatigheid van een lidstaat om aan de flexplek huren amsterdam verplichtingen die uit het EG-Verdrag of uit Europese regelgeving voortvloeien, te voldoen. Om een lidstaat tot naleving te dwingen, kan de Europese Commissie een procedure bij het Hof van Justitie starten.
2.7.3 Verdrag van Rome In 1950 is in Rome de Conventie tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden tot stand gekomen. In 1954 is de conventie door Nederland aanvaard. In het verdrag is een catalogus van grondrechten opgenomen, die naast en boven de in de nationale Grondwet opgenomen grondrechten zelfstandig betekenis hebben. De verdragsbepalingen hebben directe werking, dat wil zeggen: op de bepalingen kan bij een nationale rechter een beroep worden gedaan. Zijn alle nationale beroepsmogelijkheden flexplek huren arnhem uitgeput, dan kan worden geprocedeerd bij de gerechtelijke instelling die het verdrag in het leven heeft geroepen. Klachten (van lidstaten, maar ook van individuele burgers) over de naleving van het verdrag worden in de eerste plaats behandeld door een commissie. Indien de commissie de klacht terecht vindt, kan zij deze voorleggen aan het Europese Hof voor de Rechten van de Algemene wet bestuursrecht 3.2 Rechtsbescherming tegen de overheid 3.3 Bestuursprocesrecht van de Awb 3.4 Rechtshandhaving 3.5 Bepalingen over bestuursorganen 3.6 Openbaarheid van bestuur Bestuursrecht kan worden beschouwd als het juridisch instrumentarium dat de overheid gebruikt om de gegeven taakstelling te realiseren. Het bestuursrecht wordt traditioneel verdeeld in een flexplek huren eindhoven bijzonder deel en een algemeen deel. Het bijzondere deel bestaat uit alle bestuursrechtelijke wetten, waarvan er een aantal in dit boek worden behandeld, zoals het ruimtelijk bestuursrecht en het milieurecht. Het algemene deel is ontstaan door uit de bijzondere wetten de gemeenschappelijke bestanddelen en de opvallende verschillen te distilleren en te beschrijven. Dit algemene deel is van toepassing op alle onderdelen van het bijzondere bestuursrecht. Omdat het algemene deel van het bestuursrecht niet wettelijk vast lag, gaf dit nogal een flexplek huren den haag verbrokkeld beeld. Aan dit verbrokkelde beeld is een einde gekomen met de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarin een groot deel van de algemene leerstukken van het bestuursrecht is gecodificeerd.

Enkele onverenigbare betrekkingen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Voor gedeputeerden gelden enkele onverenigbare betrekkingen. Een gedeputeerde mag onder meer niet zijn (art. 35c Provw): minister; staatssecretaris; lid van Provinciale Staten; voorzitter of lid van het flexplek huren amsterdam bestuur van of ambtenaar in dienst van een in de provincie gelegen gemeente of waterschap; ambtenaar in dienst van een bij een gemeenschappelijke regeling ingesteld lichaam waarvan een orgaan aan het toezicht van Gedeputeerde Staten is onderworpen; ambtenaar door of vanwege het Rijk aangesteld, tot wiens taak het behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de flexplek huren arnhem provincie.
Commissaris van de Koningin De Commissaris van de Koningin wordt bij Koninklijk Besluit benoemd en herbenoemd voor de tijd van zes jaar. Om tot Commissaris te worden benoemd, is vereist dat men Nederlander is.
Voor de Commissaris gelden onder meer de volgende onverenigbare betrekkingen (art. 67 Provw): lid van Provinciale Staten; ambtenaar door of vanwege het provinciaal bestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt; voorzitter of lid van het bestuur van een in de provincie gelegen gemeente of waterschap.
Commissies Provinciale Staten kunnen commissies instellen, waaraan, behalve adviesbevoegdheden, ook bevoegdheden van Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten kunnen worden toegekend (art. 80 en 81 Provw). Een commissielid dient aan dezelfde benoembaarheideisen te voldoen als de leden van Provinciale Staten.
Griffier Iedere provincie heeft flexplek huren eindhoven een griffier, die door Provinciale Staten wordt benoemd (art. 97 en 98 Provw). De positie van de griffier is vergelijkbaar met die van de secretaris van een gemeente.
Bevoegdheden lagere rechtsgemeenschappen Hier volgt een bespreking van de bevoegdheden van de bestuursorganen die zojuist aan de orde zijn geweest.
Bevoegdheden van de provincie (algemeen) Het provinciaal bestuur is autonoom in het regelen en het besturen van de eigen aangelegenheden van de provincie (art. 105 Provw). Ook bepaalt art. 105 Provw dat van het provinciaal bestuur medewerking kan worden gevorderd bij of krachtens bijzondere wetten ter verzekering van de uitvoering daarvan (medebewind). Deze bepaling maakt niet duidelijk van welk bestuursorgaan het medebewind wordt gevorderd krachtens de bijzondere wetten. In het algemeen kan worden gesteld dat, indien flexplek huren den haag het gaat om wetgevende taken, het medebewind wordt gevorderd van Provinciale Staten; gaat het om bestuurstaken, dan zijn doorgaans Gedeputeerde Staten bevoegd. Een belangrijke medebewindstaak is het toezicht op de gemeenten. Daarnaast wordt medebewind gevorderd op het gebied van ruimtelijke ordening (vaststelling streekplan, goedkeuring bestemmingsplannen) en milieu (vergunningverlening aan grote bedrijven).

Staatsrecht algemeen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Een gelijkluidende bepaling kent ook de huidige Grondwet in art. 42 lid 2. Het gevolg hiervan is dat de ministers verantwoordelijk zijn voor daden van de Koning; de Koning zelf kan daarvoor niet ter verantwoording worden geroepen.
Deze verantwoordelijkheid van de ministers heeft er vanzelfsprekend toe geleid dat de ministers de bevoegdheden flexplek huren amsterdam van de Koning feitelijk overnamen: wat tevoren de bevoegdheid van de Koning was, werd de bevoegdheid van de Koning en ministers samen, wat in de praktijk de bevoegdheid van de ministers gezamenlijk (het kabinet) betekent.
Waar thans in de Grondwet sprake is van de Koning moet dan ook niet de Koning in persoon gelezen worden, maar de zogenoemde constitutionele Koning: Koning en ministers, ook wel Kroon of regering genoemd. Dit geldt uiteraard niet voor die bepalingen in de Grondwet die handelen over flexplek huren arnhem de erfopvolging van de Koning. In deze bepalingen wordt wel de Koning in persoon bedoeld. De Koning verwerft zijn troon door erfopvolging. De regels voor de troonopvolging liggen vast in de Grondwet en kunnen derhalve ook door een Grondwetswijziging worden veranderd. Als er geen opvolger is, kan een nieuwe Koning benoemd worden door de Staten-Generaal. In een uitzonderlijke situatie, namelijk bij flexplek huren eindhoven ontstentenis (dat wil zeggen: het niet voorhanden zijn) van een Koning en van een regent, wordt het koninklijk gezag waargenomen door de Raad van State. Dit is alles geregeld in art. 24 t/m 41 Gw. Ministers geven leiding aan een ministerie en zijn als zodanig verantwoordelijk voor de wetgeving op hun terrein. Zij vergaderen in het belangrijkste overlegorgaan, de ministerraad. De minister-president is voorzitter flexplek huren den haag van de ministerraad en tevens een belangrijke vertegenwoordiger van het kabinet, ook in het buitenland. Iemand kan als eretitel ‘minister van staat’ krijgen, wat verder geen bevoegdheden meebrengt.