De procedure

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De voorbereidingsprocedure in de Awb bevordert de eenheid in procedures. De wetgever en een bestuursorgaan kunnen eenvoudig naar de voorbereidingsprocedure verwijzen. De uniforme procedure: is onderdeel van een pakket van maatregelen dat bedoeld is om de juridisering van het kantoorruimte huren amsterdam openbaar bestuur terug te dringen; geeft een eenduidige, vaste voorbereidingsprocedure zodat verschillende vergunningen, ontheffingen en andere besluiten die voor een bepaalde activiteit moeten worden vastgesteld, gezamelijk aan de orde kunnen worden gesteld; maakt afwijking van de voorbereidingsprocedures in bijzondere wetten niet meer mogelijk; zorgt dat na het volgen van de voorbereidingspocedure de bezwaarschriftprocedure komt te vervallen, zodat rechtstreeks beroep bij de administratieve rechter openstaat; heeft geen financiële gevolgen voor het Rijk kantoorruimte huren arnhem en de lagere openbare lichamen.
De hoofdlijnen van de procedure zijn als volgt: De overheid moet een ontwerpbesluit ter inzage leggen. Burgers krijgen een vaste inspraaktermijn van zes weken. Burgers kunnen zelf kiezen of ze mondeling kantoorruimte huren eindhoven of schriftelijk reageren. De aanvrager kan reageren op de door anderen ingebrachte zienswijzen. De overheid moet binnen zes maanden na de aanvraag een definitief besluit nemen.
De procedure verloopt als volgt. Bij ontvangst van een aanvraag of bij het ambtshalve nemen van een besluit begint het bestuursorgaan met kennisgeving van het ontwerp (art. 3:12 Awb). Als het besluit gericht is kantoorruimte huren den haag tot een of meer belanghebbenden, krijgen zij het vóór de terinzagelegging eerst toegezonden (art. 3:13 Awb).

Relatie met andere wetgeving

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Tegen besluiten van burgemeester en wethouders en van de gemeenteraad kunnen belanghebbenden in beroep gaan bij Gedeputeerde Staten (art. 42 Wlb). Begraafplaatsen kunnen gesloten worden; de gemeenteraad besluit daarover in geval van gemeentelijke begraafplaatsen (art. 43 Wlb). Een gesloten begraafplaats blijft gedurende twintig jaar onaangeroerd liggen. Ook crematoria kantoorruimte huren amsterdam worden onderscheiden in gemeentelijke en bijzondere. Voor vestiging, uitbreiding of wijziging van een crematorium is een vergunning van de gemeenteraad nodig (art. 53 Wlb). Art. 54 Wlb bepaalt dat een besluit tot vestiging van een gemeentelijk crematorium dan wel een besluit tot het verlenen van kantoorruimte huren arnhem vergunning voor het vestigen van een bijzonder crematorium pas kan worden genomen als burgemeester en wethouders het voornemen daartoe ten minste dertig dagen van tevoren openbaar hebben gemaakt.
Tegen de besluiten genomen inzake een vergunning tot vestiging, uitbreiding of wijziging kunnen belanghebbenden kantoorruimte huren eindhoven in beroep gaan bij Gedeputeerde Staten (art. 55 Wlb). Deze bijzondere beroepsmogelijkheid wijkt af van de normale rechtsbeschermingsprocedure ingevolge de Awb.
De Wlb heeft kantoorruimte huren den haag raakvlakken met de WRO. Begraafplaatsen en crematoria zijn in het algemeen bij gemeentelijk bestemmingsplan als zodanig bestemd.

Verontreiniging of aantasting

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

verrichten van handelingen waarbij als nevengevolg bepaalde stoffen op of in de bodem kunnen komen, zoals: toepassing gladheidbestri j dingsmiddelen; het met aangegeven stoffen behandelen van voorwerpen om oppervlaktelagen daarop aan te brengen of te verwijderen; het bewerken kantoorruimte huren amsterdam van voorwerpen waarbij bepaalde stoffen vrijkomen; 6 andere dan de aangegeven handelingen die erosie, verdichting of verzilting van de bodem tot gevolg kunnen hebben; 7 infiltreren van water om verontreiniging te voorkomen.
De WBB bevat in art. 13 de bepaling dat iedereen die op of in de bodem handelingen als de hiervoor onder 1 t/m 6 genoemde verricht en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor de bodem kan worden aangetast of verontreinigd, verplicht is om alle maatregelen te nemen die kantoorruimte huren arnhem redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde de aantasting of de verontreiniging te voorkomen of ongedaan te maken. Uit de jurisprudentie blijkt dat deze bepaling rechtstreeks tot de burger gericht is en dus ook kantoorruimte huren eindhoven geldt als ter zake nog geen AMvB van kracht is geworden.
De bij AMvB vast te stellen regels kunnen de verplichting inhouden dat degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten: a financiële zekerheid stelt voor het nakomen van krachtens de maatregel voor hem geldende regels; b financiële zekerheid stelt ter dekking van zijn aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit door de werkzaamheden veroorzaakte kantoorruimte huren den haag verontreiniging of aantasting van de bodem.
Op grond van de wet kan ter bescherming van de bodem verboden worden werkzaamheden te verrichten als niet aan de aangegeven eisen wordt voldaan.

Bijzondere omstandigheden

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Voor NOx-emissierechten geldt een vergelijkbaar systeem als voor C02-emissierechten, zij het dat de Nox-emissierechten volgens art. 16.50 Wm bij AMvB worden toegekend aan inrichtingen per kantoorruimte huren amsterdam eenheid brandstof die wordt verbruikt.
De emissieautoriteit draagt zorg voor de handhaving van de bij of krachtens hoofdstuk 16 gestelde verplichtingen (art. 18.2f Wm). Het bestuur van de emissieautoriteit kan een last onder dwangsom opleggen (art. 18.6a Wm). Het bestuur van de emissieautoriteit kan ook een bestuurlijke boete opleggen: een bestuurlijke sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting kantoorruimte huren arnhem tot betaling van een geldsom, gericht op bestraffing van de overtreder. Indien een bedrijf niet voldoet aan de verplichting om jaarlijks ten minste het aantal emissierechten in te leveren dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie die de inrichting heeft veroorzaakt (art. 16.37 Wm), moet het bestuur kantoorruimte huren eindhoven de bestuurlijke boete opleggen. Bij de overtredingen genoemd in art. 18.16a Wm kan het bestuur de bestuurlijke boete opleggen. Art. 18.16a t/m 18.16q Wm geven over de bestuurlijke boete een uitgebreide regeling.
In hoofdstuk 17 Wm zijn enkele bepalingen opgenomen voor bijzondere omstandigheden, zoals calamiteiten. Het gaat om kantoorruimte huren den haag ongewone voorvallen waardoor nadelige gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Degene die de inrichting drijft waarin het ongewone voorval zich voordoet of heeft voorgedaan, moet in zo’n geval onmiddellijk maatregelen treffen.

Wet milieubeheer

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De kernbepaling in Titel 4 is art. 9.4.4 waarin is bepaald dat bij of krachtens AMvB in het belang van energie-efficiëntie en bescherming van het milieu met betrekking tot het ecologisch ontwerp van een categorie van energieverbruikende producten en de verstrekking van daarmee kantoor huren amsterdam verband houdende informatie over die producten aan de gebruikers regels worden gesteld. Op grond van lid 2 is het de fabrikant of importeur van een energieverbruikend product dat behoort tot een bij AMvB aangewezen categorie, verboden dat product op de markt te brengen of in gebruik te nemen, indien met betrekking tot dat kantoor huren arnhem product niet wordt voldaan aan de gestelde eisen.
9.7 Afvalstoffen
Hoofdstuk 10 Wm geeft regels voor afvalstoffen. Het behandelt het afvalbeheersplan (subparagraaf 9. 7 .1); preventie en nuttige toepassing (subparagraaf 9.7.2); het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen (subparagraaf 9. 7 .3); het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater (subparagraaf 9.7.4); het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (subparagraaf 9.7.5); de verwijdering van gevaarlijke stoffen en het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap (subparagraaf 9.7.6).
Art. 10.1 Wm bevat een algemene kantoor huren eindhoven zorgplicht ten aanzien van afvalstoffen:
‘l. Een ieder die handelingen met betrekking tot afvalstoffen verricht of nalaat en die weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, is verplicht alle maatregelen te nemen of na te laten die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die gevolgen zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken. 2. Het is een ieder bij wie afvalstoffen ontstaan, verboden handelingen met betrekking tot die afvalstoffen te verrichten of na te laten, waarvan hij weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan 3. Het is kantoor huren den haag een ieder verboden bedrijfsmatig of in een omvang of op een wijze alsof deze bedrijfsmatig was, handelingen met betrekking tot afvalstoffen te verrichten, indien daardoor, naar hij weet of redelijkerwijs had kunnen weten, nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan. ( … )’
De ministers, Gedeputeerde Staten, burgemeester en wethouders en de waterkwaliteitsbeheerder hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van deze zorgplicht (art. 18.2a lid 1 Wm). In art. 18.2b t/m 18.2d Wm is aangegeven welke andere verplichtingen uit hoofdstuk 10 ‘Afvalstoffen’ ieder bestuursorgaan moet handhaven.

Handboek Milieuzorg

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Milieuorganisaties gingen in beroep tegen een milieuvergunning voor een bedrijf in Bergen op Zoom dat plastic produceert. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat in de voorschriften niet was bepaald dat de inrichting in werking diende te zijn overeenkomstig het goedgekeurde kantoor huren amsterdam  bedrijfsmilieu plan en het goedgekeurde milieujaarprogramma. Dit leidde ertoe dat de vergunningverleners deze ‘plannen weliswaar kunnen sturen en beïnvloeden alvorens zij tot goedkeuring hiervan overgaan, doch dat zij geen aanknopingspunten hebben om handhavend op te treden indien vergunninghoudster de kantoor huren arnhem goedgekeurde plannen niet uitvoert. Weliswaar kunnen GS in een dergelijke situatie met toepassing van art. 8.23 Wm alsnog voorschriften aan de vergunning verbinden en deze zo nodig handhaven, doch de Afdeling bestuursrechtspraak acht dit, gezien de duur van de totstandkomingsprocedure van deze voorschriften, niet in overeenstemming met art. 8.11 lid 3 Wm. De Afdeling constateert dat het raamwerk van het milieuzorgsysteem, vastgelegd in het Handboek Milieuzorg, is opgenomen in deel 7 van de aanvraag. Dit deel van de aanvraag behoort tot de detailinformatie en maakt derhalve geen deel uit van de vergunning. Mitsdien kan het milieuzorgsysteem kantoor huren eindhoven eenvoudig door vergunninghoudster worden gewijzigd dan wel geheel ter zijde worden geschoven. Nu de wijze waarop het milieubeleid binnen de inrichting vorm krijgt, de wijze waarop inzicht wordt verkregen in de milieubelasting alsmede de wijze van aanpak hiervan op dit milieuzorgsysteem steunen, acht de Afdeling bestuursrechtspraak dit uit een oogpunt van rechtszekerheid voor derden niet aanvaardbaar. De Afdeling kantoor huren den haag is hierom van oordeel dat de hoofdelementen van een milieuzorgsysteem dienen te zijn opgenomen in het deel van de aanvraag dat onderdeel uitmaakt van de vergunning.’ (ABRvS 25 augustus 2000, AB 2000/455)

In het Besluit MER

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

In het Besluit MER in.de bijlage, onderdelen C en D, is een kolom 3 opgenomen waarin terzake van de activiteiten in kolom 1 de plannen zijn aangewezen waarvoor een MER moet worden gemaakt. Een plan-MER is verplicht voor het plan waarin MER-plichtige activiteiten zijn kantoor huren amsterdam voorzien (onderdeel C), maar ook voor de activiteiten waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of een MER moet worden gemaakt (onderdeel D). In het MER voor een plan worden de uitgangspunten op milieueffecten onderzocht.
• Voorbeeld Bijlage behorende bij het Besluit milieu-effectrapportage 1994 Onderdeel C. Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage kantoor huren arnhem verplicht is
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een vergroting van het ruimte-oppervlak van een hoofdvaarweg met 20% of meer, of 2°. een structurele verdieping van de hoofdvaarweg waarbij meer dan 5 miljoen m3 grond wordt verzet.
Kolom3 Plannen
De structuurvisie, bedoeld in art. 2.3, tweede lid van de Wet ruimtelijke ordening.
Kolom4 Besluiten
De vaststelling van kantoor huren eindhoven het tracé op grond van de Tracéwet tot vergroting of verdieping van de hoofdvaarweg door de minister van Verkeer en Waterstaat.
Indien dus een structuurvisie wordt gemaakt waarin bijvoorbeeld wordt overwogen bepaalde hoofdvaarwegen te vergroten waardoor het ruimteoppervlak met 20% wordt vergroot, moet ten behoeve van die kantoor huren den haag structuurvisie een plan-MER worden gemaakt waardoor de milieueffecten van alternatieven kunnen worden vergeleken.

Beroep tegen de plannen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Beroep tegen de plannen
Op basis van de plannen worden besluiten genomen, waartegen eventueel beroep kan worden ingesteld; tegen de plannen zelf is geen beroep mogelijk, omdat ze niet op rechtsgevolg zijn gericht. Het winkel huren amsterdam bestuursorgaan moet bij zijn besluiten rekening houden met de plannen en eveneens met de uitvoeringsgerichte milieuprogramma’s.
9.2 Provinciale milieuverordening
Provinciale Staten zijn winkel huren arnhem krachtens art. 1.2 Wm verplicht een provinciale milieuverordening vast te stellen. De verordening bevat ten minste regels betreffende: de bescherming van de kwaliteit van het grondwater in bepaalde gebieden, met het oog op de waterwinning; geluidhinder in bepaalde gebieden.
De verordening kan verdere regels ter bescherming van het milieu bevatten, voor zover er sprake is van een meer dan winkel huren eindhoven gemeentelijk belang. Ten aanzien van bedrijven (inrichtingen) kunnen alleen regels worden opgenomen in geval van waterwingebieden (art. 1.2 lid 6 en 7 Wm).
De regels kunnen bijvoorbeeld een verbod inhouden gevaarlijke stoffen te verwerken of een vergunning te verlenen voor winkel huren den haag een bedrijf waar bestrijdingsmiddelen worden opgeslagen. Provinciale Staten kunnen in de provinciale milieuverordening milieukwaliteitseisen stellen (zie paragraaf 9.3 en art. 5.5 Wm).

Landinrichtingswet en de Mijnwet

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Instrumenten
Om het doel te bereiken zijn in de Ontgrondingenwet de volgende instrumenten opgenomen: a vergunningen; b algemene regels;
330 8 Overige wetten voor ruimtelijke winkel huren amsterdam ordening en volkshuisvesting
c machtiging; d schadevergoeding.
Ad a Vergunningen De Ontgrondingenwet verbiedt het zonder vergunning (laten) ontgronden, niet alleen op het vasteland, maar ook in rivierbeddingen en op de zeebodem (art. 3). Aan een vergunning kunnen voorwaarden worden verbonden, onder meer met het oog op het herstel van de aan de winkel huren arnhem bodem toe te brengen schade. Weigering, intrekking en wijziging van de vergunning kan alleen plaatsvinden wegens strijd met de belangen die bij ontgrondingen betrokken zijn. De Ontgrondingenwet is niet op alle ontgrondingen van toepassing. Zo zijn onder meer de werken die voortvloeien uit de bepalingen van de Landinrichtingswet en de Mijnwet er niet aan onderworpen.
De procedure voor vergunningverlening verloopt als volgt. De bevoegdheid tot het verlenen van ontgrondingsvergunningen berust primair bij Gedeputeerde Staten. De minister van Verkeer en Waterstaat is echter bevoegd wanneer het gaat om ontgrondingen in bepaalde rijkswateren, in de zeebodem en in het IJsselmeer. In gevallen waarin vrijwel uitsluitend belangen van een waterschap, veenschap of veenpolder betrokken zijn, verleent het bestuur daarvan de vergunning. Op de voorbereiding van een besluit tot verlening, weigering, wijziging of winkel huren eindhoven intrekking van een vergunning is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4) van de Awb van toepassing. Een ontgronding heeft in veel gevallen grote gevolgen voor het milieu en het landschap. Bij AMvB kan worden bepaald dat winkel huren den haag voor eenvoudige ontgrondingen waarbij andere belangen niet of nauwelijks zijn betrokken, kan worden afgeweken van genoemde Awb-procedure.

Overige wetten voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De onteigening van rechten voortvloeiende uit een aanvraag om octrooi (art. 104a OW) vindt plaats bij Koninklijk Besluit ten behoeve van de Staat. De onteigening in het belang van de natuurbescherming (Titel VIII) geschiedt krachtens een wet ten behoeve van het Rijk, een (ander) openbaar winkel huren amsterdam lichaam, of een rechtspersoon die in het belang van de natuurbescherming werkzaam is.
8.5.3 Gerechtelijke procedure
Binnen twee jaar nadat bij Koninklijk Besluit het onteigeningsbesluit is goedgekeurd, moet de dagvaarding zijn uitgebracht als start van de civiele procedure bij de rechtbank (art. 80 lid 3 OW). De procedure begint met een dagvaarding en eindigt met een vonnis, waarbij de rechter de rechtmatigheid van de onteigening beoordeelt. Als het algemeen belang op de juiste wijze is vastgesteld en winkel huren arnhem deskundigen een bepaalde schadeloosstelling hebben voorgesteld, zal een onteigening vrijwel nooit onrechtmatig worden geacht.
Nadat de onteigening bij KB is goedgekeurd maar voordat de gemeente met de gerechtelijke procedure begint, moet zij proberende grond langs minnelijke weg te verwerven (art. 17 OW). Slaagt de poging, dan eindigt daarmee de onteigeningsprocedure. Slaagt de poging niet, dan volgt de gerechtelijke procedure.
De gerechtelijke procedure verloopt als volgt: 1 Het onteigenende overheidsorgaan neemt het besluit tot het voeren van een rechtsgeding, een procesbesluit. Bij een gemeente neemt de gemeenteraad het procesbesluit.
316 8 Overige wetten voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
2 Het onteigenende winkel huren eindhoven overheidsorgaan dagvaardt door middel van zijn procureur (advocaat) de eigenaar van de te onteigenen zaak: door de dagvaarding nodigt hij hem dus uit voor de rechtbank te verschijnen. In de dagvaarding wordt het aanbod van de gemeente voor de schadeloosstelling vermeld, op straffe van nietigheid van de dagvaarding. Pachters, huurders en andere gerechtigden (hypotheekhouders) krijgen bericht van de dagvaarding en een afzonderlijk aanbod tot schadeloosstelling. De rechter geeft, indien dat in de dagvaarding is gevraagd, een vervroegde uitspraak over de onteigening, waarna de onteigenende partij (meestal de gemeente) aan de slag kan gaan met de gronden (bijvoorbeeld winkel huren den haag bouwrijp maken en verkopen). De vervroegde uitspraak wordt gegeven vooruitlopend op de vaststelling van de hoogte van de schadeloosstelling (art. 54f OW). De rechtbank kan eventueel een voorschot op de schadeloosstelling doen toekennen (art. 54k lid 4 OW).