nieuwe huisvesting

nieuwe huisvesting

Gebruikers kunnen de kantoor huren amsterdam grachten  REN onder andere inzetten om de wensen en eisen ten aanzien van een nieuwe huisvesting te vergelijken met beschikbare alternatieven. Met behulp van de REN kan dan als eerste de vraag worden geformuleerd. Daarbij wordt het belang van elk aspect aangegeven door te kiezen tussen de letters A, B en C. Daarna geeft de  bedrijfsgrond huren Arnhem eindgebruiker per aspect aan welk kwaliteitsniveau gewenst is, waarbij gekozen wordt uit de vijf kwaliteitsniveaus die de REN formuleert. Het resultaat is het zogenaamde vraagprofiel. Potentiële nieuwe huisvesting, het aanbod, wordt op eenzelfde wijze beoordeeld. Dit levert per object het zogenaamde aanbodprofiel op. Door het vraagprofiel te confronteren met het aanbodprofiel (matchen), ontstaat een beeld van te weinig kwaliteit (onderprestaties) en te veel geboden kwaliteit (overprestaties). Dit noemt men het matchprofiel. Dit profiel kan dan beoordeeld worden op de technische en kantoorruimte huren centrum Eindhoven  financiële consequenties. Als onderprestaties onacceptabel zijn, zal het betreffende aangeboden gebouw vervallen als optie. Vooral door de uitgebreide aspectenlijst heeft de REN bewezen een handig instrument te zijn bij het beoordelen van de kwaliteit van gebouwen en het in kaart brengen van de eigen behoeften. De methode kent echter nog steeds een aantal beperkingen. Zo is flexibiliteit niet eenduidig gedefinieerd en is de  Bedrijfsruimte huren Haarlem beoordeling daarvan zeer afhankelijk van de omstandigheden. Zowel bij de REN als bij vergelijkbare beoordelingsmethodes is het mogelijk om het kwaliteitsniveau aan de hand van een score te vertalen in een cijfer. Door de cijfers op te tellen, ontstaat een gemiddelde. Om recht te doen aan de belangen, wordt dan nog een wegingsfactor geïntroduceerd. Het gebruik van zo’n systematiek heeft twee belangrijke nadelen.
Het eerste is dat de wegingsfactoren die een verband aanbrengen tussen de scores onderling, vaak worden ingegeven door een subjectieve waarneming en dit leidt dikwijls tot een overgenuanceerd beeld. Een gevolg hiervan is schijnnauwkeurigheid van het eindcijfer of het gemiddelde. Het tweede nadeel is de compensatie van goede en slechte scores. Vaak blijken de eindcijfers bij een groep gebouwen allemaal uit te komen op een 6,5, met andere woorden, de verschillen vallen weg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>