Tuchtrechtspraak

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De administratieve kamers van de rechtbanken nemen ook kennis van geschillen in ambtenarenzaken en geschillen op het terrein van de sociale verzekering. Als hogerberoepsorgaan treedt de Centrale Raad van Beroep op als hoogste instantie bij deze geschillen.
In rijksbelastingzaken fungeert in eerste instantie de Inspecteur van belastingen als beslissend orgaan. Bij geschillen over gemeentelijke belastingen beslist in eerste instantie het college van burgemeester en wethouders. Als beroepsrechters zijn aangewezen de belastingkamers van de gerechtshoven. Als cassatierechter fungeert de belastingkamer van de Hoge Raad.
Tuchtrechtspraak wordt uitgeoefend door bijzondere colleges in gevallen dat door beroepsbeoefenaren, bijvoorbeeld artsen en advocaten, de normen van het beroep worden overtreden. Deze rechtspraak kan wettelijk zijn vastgelegd of op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst van toepassing zijn.
Organisatie rechterlijke macht Aan alle rechterlijke organen zijn griffiers verbonden. Elke strafkamer van de rechtbanken en de gerechtshoven kent een Openbaar Ministerie (OM). Griffiers zijn hoofden van de ambtelijke organisatie bij de gerechtelijke organen. Het OM wordt bij de Hoge Raad en de flexplek eindhoven gerechtshoven gevormd door de procureurs-generaal, bij de rechtbanken door de officieren van justitie. Deze functionarissen zijn, met uitzondering van de procureur-generaal van de Hoge Raad, niet onafhankelijk. Zij zijn ambtenaren, ondergeschikt aan de minister van Justitie. De leden van het OM zijn met de vervolging van strafbare feiten belast: zij eisen voor de strafrechter bestraffing van de overtreder. Het OM is bevoegd om van strafvervolging af te zien, te seponeren. Het opsporen van de strafbare feiten geschiedt door algemene en bijzondere opsporingsambtenaren.
2.3 Functies van de overheid
Traditioneel worden als belangrijkste functies van de overheid onderscheiden: wetgeving, bestuur en rechtspraak. Oorspronkelijk waren deze drie functies toebedeeld aan verschillende overheidsorganen. Wetgeving was opgedragen aan de Staten-Generaal; bestuur, dat werd beschouwd als uitvoering van wetten, was opgedragen aan de Koning; rechtspraak was opgedragen aan de rechterlijke macht. Deze driedeling van de overheidsmacht in wetgeving, uitvoering en rechtspraak is momenteel in de functies van de verschillende overheidsorganen nog wel te bespeuren, maar we zullen zien dat er zeker geen sprake van is dat de functies wetgeving en bestuur ieder aan genoemde organen afzonderlijk zijn toegekend. Slechts de rechtspraak is uitsluitend aan de rechterlijke macht voorbehouden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>